Psalmen 12
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 12
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Voor muziekbegeleiding; met bassen. Een psalm van David. Help toch Jahweh; want de trouw is verdwenen, De waarheid is zoek onder de kinderen der mensen.
2
Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
3
Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
4
“Met onze tong zijn we sterk! We hebben onze lippen; wie kan ons aan!”
5
Om de nood der verdrukten En het kermen der armen Ga Ik opstaan, zegt Jahweh, Om redding te brengen aan wie er naar smacht!
6
Het woord van Jahweh Is zuiver als zilver, In een aarden smeltkroes gelouterd, Gereinigd tot zevenmaal toe.
7
Gij zult het gestand doen, o Jahweh, En ons altijd beschermen tegen dit ras:
8
Al zijn de bozen nog zo verwaand, En de mensen nog zo gemeen!