Psalmen 122
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 122
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Een bedevaartslied. Wat was ik verheugd, toen men zeide: “Wij trekken op naar Jahweh’s huis!”
2
En nu staan onze voeten Al binnen uw poorten, Jerusalem!
3
Jerusalem, als stad herbouwd, Met burgers, vast aaneen gesloten;
4
Waar de stammen naar opgaan, De stammen van Jahweh. Daar is het Israël een wet, De Naam van Jahweh te loven;
5
Daar staan de zetels voor het gericht, En het troongestoelte van Davids huis.
6
Jerusalem, die u liefhebben, Wensen u vrede en heil;
7
Vrede zij binnen uw muren, Heil binnen uw burchten!
8
Om mijn broeders en vrienden Bid ik de vrede over u af;
9
Om het huis van Jahweh, onzen God, Wil ik smeken voor uw heil!