Psalmen 127
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 127
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Een bedevaartslied; van Salomon. Wanneer Jahweh het huis niet bouwt, Is het zwoegen der bouwlieden ijdel; Wanneer Jahweh de stad niet behoedt, Waken de wachters vergeefs.
2
Dan heeft het geen zin, vroeg op te staan, Of laat u te ruste te leggen; Gij eet dan het brood in uw zweet: Maar dien Hij liefheeft, geeft Hij het ook in de slaap.
3
Waarachtig; zonen zijn geschenken van Jahweh, De vrucht van de schoot een beloning!
4
Als pijlen in de hand van den strijder, Zijn de zonen, verwekt in de jeugd;
5
Gelukkig de man, Die er zijn koker van vol heeft: Hij hoeft niet verlegen te staan, Als hij onder de poort met zijn vijanden twist.