Psalmen 146
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 146
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Halleluja! Loof Jahweh mijn ziel!
2
Zolang ik leef, wil ik Jahweh prijzen, Mijn God verheerlijken, zolang ik besta!
3
Vertrouwt niet op vorsten, Op mensen, die niet kunnen helpen:
4
Is hun adem heen, ze keren terug tot het stof, En het is met hun plannen gedaan.
5
Gelukkig, wien de God van Jakob blijft helpen, Wiens hoop is gevestigd op Jahweh, zijn God:
6
Die hemel en aarde heeft gemaakt, De zee met wat ze bevat. Jahweh, die trouw blijft voor eeuwig,
7
De verdrukten verdedigt, Brood aan de hongerigen reikt, En de gevangenen bevrijdt!
8
Jahweh opent de ogen der blinden, Jahweh richt de gebukten weer op; Jahweh heeft de rechtvaardigen lief,
9
Jahweh draagt zorg voor de zwervers. Hij is een steun voor weduwen en wezen, Maar de bozen richt Hij te gronde:
10
Jahweh is Koning voor eeuwig; Uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht!