Psalmen 148
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 148
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Halleluja! Looft Jahweh in de hemel, Looft Hem in den hoge;
2
Looft Hem al zijn engelen, Looft Hem heel zijn heir!
3
Looft Hem, zon en maan, Looft Hem allen, flonkerende sterren;
4
Looft Hem hoogste gewesten, De wateren boven de hemel!
5
De Naam van Jahweh moeten ze loven, Want Hij gebood, en ze werden geschapen;
6
Hij wees hun een plaats voor altijd en eeuwig, Hij gaf hun een wet, die ze niet overtreden.
7
Looft Jahweh op aarde: Monsters der zee en alle oceanen,
8
Vuur en hagel, sneeuw en ijzel, Stormwind, die zijn bevelen volbrengt!
9
Alle bergen en heuvels, Alle vruchtbomen en ceders;
10
Alle beesten, wilde en tamme, Kruipende dieren en gevleugelde vogels!
11
Alle koningen en volken der aarde, Alle vorsten en wereldbestuurders;
12
Jonge mannen en maagden, Grijsaards en kinderen!
13
De Naam van Jahweh moeten ze loven: Want zijn Naam is verheven; Zìjn glorie alleen Gaat hemel en aarde te boven!
14
Hij heeft de hoorn van zijn volk weer verhoogd, En de roem van al zijn getrouwen: Van Israëls zonen, Van het volk, van zijn vrienden! Halleluja!