Psalmen 64
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 64
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Hoor, o God, mijn luid gejammer, Bevrijd mijn leven van de schrik voor den vijand;
2
Bescherm mij tegen de aanslag der bozen, En tegen het woelen van schurken.
3
Want ze scherpen hun tong als een zwaard, Richten als pijlen hun bittere woorden;
4
En om in het geniep den onschuldige te treffen, Leggen ze onverhoeds en onvervaard op hem aan.
5
Ze stellen hun boze plannen vast, En overleggen, hoe hun strikken te zetten; Ze zeggen: Wie ziet het;
6
Wie achterhaalt onze streken? We zijn met onze plannen gereed, De list is gelukt! Het binnenste van iederen mens is een graf, Een afgrond zijn hart!
7
Daar schiet God zijn pijl op hen af, En de slagen vallen onverwacht op hen neer;
8
Hun eigen tong brengt ze ten val: Wie ze ziet, schudt meewarig het hoofd.
9
En allen zullen vol diep ontzag Gods daden verkonden, Erkennen, dat het zijn werk is geweest;
10
De brave zal zich in Jahweh verheugen, en op Hem hopen, Alle oprechten van hart zullen juichen!