Psalmen 8
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 8
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Voor muziekbegeleiding: met de gittiet. Een psalm van David. Jahweh, onze Heer, Hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde! Laat mij uw glorie bezingen hoog aan de hemel:
2
Uit de mond van kind en zuigeling stemt Gij U een loflied aan, Om uw vijand te verstommen, Uw tegenstanders en haters.
3
Als ik de hemelen zie, het werk uwer vingers, De maan en de sterren, die Gij een plaats hebt bereid:
4
Wat is dan een mens, dat Gij hem zoudt gedenken, Een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
5
Toch hebt Gij hem haast tot een godheid gemaakt, Hem met glorie en luister gekroond.
6
Gij hebt hem gesteld over het werk uwer handen, En alles aan zijn voeten gelegd:
7
Al de schapen en runderen, En de beesten in het wild;
8
De vogels in de lucht en de vissen in zee, Al wat de paden der zeeën bewandelt.
9
Jahweh, onze Heer, Hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde!