Psalmen 95
← Psalmen · De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
Psalmen 95
De Heilige Schrift (Petrus Canisius) 1939
1
Komt, laat ons juichen ter ere van Jahweh, Jubelen voor de Rots van ons heil;
2
Laat ons met lofzangen voor zijn aangezicht treden, En onze liederen voor Hem zingen:
3
Want Jahweh is een machtige God! Hij is Koning, boven alle goden verheven:
4
Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde, En de toppen der bergen behoren Hem toe;
5
Van Hem is de zee, Hij heeft ze geschapen, Het vaste land, dat zijn hand heeft gemaakt!
6
Komt, buigen en werpen wij ons neer, Knielen wij voor Jahweh, die ons heeft geschapen;
7
Want Hij is onze God, Wij het volk, dat Hij leidt, En de kudde aan zijn hand! Als gij dan heden mijn stem verneemt,
8
Verstokt uw hart als bij Meriba niet; Als op de dag van Massa in de woestijn,
9
Toen uw vaders Mij tartten en beproefden, Ofschoon ze mijn werken hadden aanschouwd!
10
Veertig jaar lang was dat geslacht Mij een walg, En Ik sprak: Steeds dwaalt hun hart van Mij af, En mijn wegen kennen ze niet.
11
Daarom zwoer Ik in mijn toorn: Neen, ze zullen niet ingaan in mijn Rust!