Psalmen 92
← Psalmen · De Heilige Schrift 1917
Psalmen 92
De Heilige Schrift 1917
1
Een psalm, een lied, op den sabbatdag. (92:2) Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!
2
(92:3) Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;
3
(92:4) Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
4
(92:5) Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.
5
(92:6) O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.
6
(92:7) Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;
7
(92:8) Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.
8
(92:9) Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!
9
(92:10) Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.
10
(92:11) Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.
11
(92:12) En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.
12
(92:13) De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.
13
(92:14) Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.
14
(92:15) In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn,
15
(92:16) Om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht.