Comparer

Hosea 6

Défilement liéLes deux colonnes défilent ensemble

Hosea

Chapitre 6
1 “Komt, laat ons teruggaan tot Jahweh!” Want Hij verscheurt, maar Hij zal ons genezen, Hij slaat, maar Hij zal ons verbinden;
2 Na twee dagen zal Hij ons doen herleven, De derde dag doen verrijzen, opdat wij leven voor zijn aanschijn!
3 Laat ons Jahweh kennen, Hem ijverig zoeken! Zodra wij Hem zoeken, vinden wij Hem: Dan komt Hij tot ons als een milde regen, Als een lentebui, die de aarde drenkt!
4 Efraïm, wat zal Ik u doen, Juda, hoe met u handelen? Uw vroomheid is als een morgenwolk, Vergankelijk als de ochtenddauw!
5 Daarom heb Ik er op ingeslagen door de profeten, Ze gedood door de woorden van mijn mond; Is mijn gericht als het licht Te voorschijn getreden.
6 Want vroomheid wil Ik, geen offers; Kennis van God liever dan offeranden.
7 Maar laaghartig hebben zij mijn verbond overtreden, En zijn Mij toen ontrouw geworden.
8 Gilad is een vesting van schurken, Vol bloedige sporen;
9 Als een roverbende De priesterschaar! Op de weg naar Sikem wordt gemoord, Worden boze plannen gesmeed;
10 In Betel heb Ik gruwelen aanschouwd: Daar heeft Efraïm ontucht bedreven. Israël heeft zich bezoedeld;
11 Juda, ook u is een oogst weggelegd: Al zou Ik het lot van mijn volk ten beste keren, En Israël willen genezen!

Hošea

Chapitre 6
1 “Hajde, vratimo se Jahvi! On je razderao, on će nas iscijeliti: on je udario, on će nam poviti rane;
2 poslije dva dana oživit će nas, trećeg će nas dana podignuti i mi ćemo živjeti pred njim.
3 Težimo da upoznamo Jahvu: k'o zora pouzdan mu dolazak. On će nam doći poput dažda jesenskog, poput kiše proljetne što natapa zemlju.”
4 Što za tebe mogu učiniti, Efrajime? Što za tebe mogu učiniti, Judo? K'o oblak jutarnji ljubav je vaša, k'o rana rosa koje nestaje.
5 Zato sam ih preko proroka sjekao i ubijao riječima usta svojih; al' sud će tvoj izaći k'o svjetlost.
6 Jer ljubav mi je mila, ne žrtve, poznavanje Boga, ne paljenice.
7 Al' oni su kod Adama prekršili Savez i ondje mene iznevjerili.
8 Gilead je grad zlikovački, pun krvavih tragova.
9 Družba je svećenička kao zasjeda razbojnička: ubijaju na šekemskom putu; odista, sramotu počinjaju!
10 Strahotu vidjeh u domu Izraelovu; Efrajim se ondje bludu odaje i skvrni se Izrael.
11 I tebi sam, Judo, žetvu odredio kad okrenem udes naroda svoga.

Choisir un livre